Bij sommige mensen vermindert de stijfheid nadat ze een tijdje rustig hebben bewogen. Dat kan ervoor zorgen dat de klachten in het begin gemakkelijk worden weggewuifd.
3. Minder bewegingsvrijheid
Een versleten heup kan er ook voor zorgen dat bepaalde bewegingen steeds moeilijker worden.
Denk bijvoorbeeld aan:
- sokken aantrekken;
- schoenen vastmaken;
- een broek aantrekken;
- bukken;
- in en uit de auto stappen;
- opstaan uit een lage stoel;
- traplopen;
- het been naar buiten of opzij bewegen.
Soms valt de beperkte bewegingsvrijheid eerder op dan de pijn zelf. Je merkt bijvoorbeeld dat je een beweging die vroeger vanzelf ging nu bewust moet uitvoeren.
4. Anders of mank lopen
Wanneer lopen pijn doet, kan het lichaam automatisch proberen de pijnlijke heup minder te belasten. Daardoor kan iemand anders gaan lopen of gaan manken.
Dat gebeurt vaak zonder dat iemand het zelf direct doorheeft.
Een veranderde manier van lopen kan bovendien invloed hebben op andere delen van het lichaam. De knieën, enkels en onderrug kunnen hierdoor anders worden belast.
5. Meer pijn bij belasting
Activiteiten waarbij de heup langere tijd wordt belast, kunnen de klachten versterken. Denk aan:
- lange wandelingen;
- langdurig staan;
- traplopen;
- boodschappen dragen;
- fietsen bij zware weerstand;
- herhaaldelijk opstaan en gaan zitten.
Dat betekent echter niet dat je alle beweging moet vermijden. Integendeel: te weinig bewegen kan juist leiden tot meer stijfheid en verlies van spierkracht.
Side 3 av 9
